Gesprek op Kasteel Doorwerth
Op maandag 9 okt. jl. hadden we op bovengenoemd kasteel een gesprek over de Gelderse Slenk. Het Gelders Landschap is onder leiding van Ir. Wim Geraedts en Johan Ruys bezig om samen met de Universiteit van Wageningen enig onderzoek te doen naar de Gelderse Slenk en te inventariseren wat er nog aan materiaal voor handen is.
Hierbij worden de modernste middelen, zoals o.a.DNA, ingezet.
Van de kant van de Universiteit wordt meegewerkt door Jolanda Roelfzema en dit dan in het kader van haar afstudeervak
fokkerij en genetica
Het gesprek was van algemene aard maar het was ook de bedoeling om een fokkersrichtlijn of rasbeschrijving op te stellen.Jolanda en Johan hadden daartoe al een opzetje gemaakt.
Het is absoluut niet de bedoeling om een tentoonstellings- erkenning
voor de Gelderse Slenk aan te vragen maar... er moet toch zoiets zijn als een richtlijn.
Wat is gewenst en wat niet.
Hieronder tref je de notulen van de vergadering, de opgestelde rasbeschrijving, die we liever een
fokkersrichtlijn noemen en... een aantal leuke foto s.
Naast koffie waren er natuurlijk ook de duiven.
Epse 7 nov.2006
Rob Sekhuis

Kasteel Doorwerth maandag 9 oktober 2006
Notulen van:
De vergadering over het opstellen van een rasbeschrijving of richtlijn qua exterieur van de Gelderse Slenk
Aanwezig: Johan Ruys, Jolanda Roelfzema, Hans de Geus, Dick Hamer, Ren?runs,
Jacques Engelen en Rob Sekhuis.
De vergadering begon om 8 uur. Hans de Geus begint uit te uitleggen dat de Trek- en Drijf-duif niet hetzelfde is als de Gelderse Slenk. Er zit wel Gelderse Slenk ingekruist, maar het is toch echt een ander soort duif. Verder is het zo dat de Groninger ontstaan is uit de Gelderse door bepaalde eigenschappen van de Gelderse te verextremen.
Er zijn twee type slenken de korte en de lange, de kortere argumenteert de Geus zou schokkeriger vliegen en de lange zou meer duikvluchten maken. Dit is niet iedereen met hem eens. Verder zou de langere de kop verder naar achteren hebben en meer krop hebben hebben an de korte. De korte is naar mening van de Geus ?de echte? Gelderse Slenk. Deze argumentatie stuit op weerstand van anderen. Uiteindelijk wordt er tot de conclusie gekomen dat het inderdaad het kleine type is dat de echte bouw van de Gelderse Slenk heeft. Er wordt wel bij opgemerkt dat je de middelgrote en grote types wel nodig hebt om het ras niet te klein te laten worden en om de vliegeigenschappen te beho Er wordt in bepaalde informatie bronnen geopperd dat de Belgische Ringslager een van de voorouders zou zijn van de Gelderse Slenk. Dit is niet waarschijnlijk aangezien vroeger de mensen niet bepaald mobiel waren en de Arnhemmers een bepaalde mentaliteit hadden wat het niet waarschijnlijk maakt. De Holle en de Norwich Kropper zijn wel gebruikt voor de totstandkoming van het ras.
Er is een Spaans ras de Morillero, die bijna op dezelfde manier vliegt als de Gelderse Slenk. Het verhaal gaat dat er tijdens de 80-jarige oorlog een uitwisseling is geweest. Dit is natuurlijk goed mogelijk. Spaanse rassen zijn vaak de oudste rassen die er zijn zegt Dicky Hamer.
Vervolgens komt er een discussie op gang over het blaaswerk van de Gelderse Slenk. Mag een krop nu wel of niet. Er wordt besloten om over te gaan op de rasbeschrijving en dan wordt er vanzelf op dit punt terug gekomen(in de rasbeschrijving is bij de fouten de opmerking geplaatst: te veel krop of ballonvorming is niet toegestaan
Op- en aanmerkingen op de rasbeschrijving, die door Johan Ruys en Jolanda Roelfzema was opgesteld, zijn na overeenstemming direct veranderd in de rasbeschrijving, en zullen hier niet verder genotuleerd worden.
Na het doornemen van de gehele rasbeschrijving wordt er nog even gekeken bij de Gelderse Slenken van Johan Ruys. Hij heeft een aantal dieren opgekooid. Hier wordt nog verder gediscussieerd over de stand van het dier. Duidelijk wordt dat hier de meningen van Dicky Hamer en Hans de Geus nogal haaks staan op de mening van Johan Ruys en Johan ziet in dat zijn visie op de stand te veel neigt naar de extreme stand van de Holle Kropper. Een echte horizontale stand is niet goed, want dan heeft de Gelderse Slenk veel te veel weg van de Holle Kropper en dat is niet de bedoeling.
Om half 11 vertrekt iedereen weer naar huis.
Jolanda Roelfzema*
(Red.:Jolanda Roelfzema is studente aan de Universiteit van Wageningen en doet onderzoek
naar de Gelderse Slenk in het kader van haar afstudeervak fokkerij en
genetica . jolanda.roelfzema@wur.nl
)

Rasbeschrijving* Gelderse Slenk
Land van oorsprong: Nederland, provincie Gelderland
Algemeen voorkomen: Brede en korte duif, met een iets naar achteren gebogen hals. Neemt niet alleen qua type, maar vooral ook door de vliegeigenschappen - het zogenaamde
trekken en drijven (zeilen) een bijzondere plaats in, bij de sierduivenrassen.
Vliegeigenschappen: Tijdens de vlucht worden de vleugels boven en onder tegen elkaar geslagen, wat bij naar beneden geslagen vleugels het
springen of trekken laat zien en bij bovenwaarts vast gehouden vlucht het
drijven (zeilen). De staart wordt tijdens het vliegen in een holle waaiervorm gedragen.
Raskenmerken:
Type: Korte, brede duif, afhellend qua stand met een naar achteren gebogen hals. Vrij lang en licht achterover gebogen en soepel qua halsbeweging.
Kop: Langwerpig en smal met goed gewelfd voorhoofd. Bovenkant schedel iets afgeplat.
Ogen: Middelgroot met kleine pupil; de iris, rond de pupil, is oranje en gaat geleidelijk naar de oogrand toe over in rood.
Oogranden: Smal en fijn van weefsel; naar gelang de kleurslag vleeskeurig tot grijs.
Snavel: Middellang en recht - bovensnavel aan de punt licht gebogen. De snavelkleur is voor de onderscheiden kleurslagen: vleeskleurig voor wit, donker bij rood en roodbleek, licht hoornkleurig met enkele donkere vlekjes bij de roodspar en licht hoornkleurig bij de gele, geelbleke en geelspar. De neusdoppen zijn klein, gelijk van vorm, fijn van vorm en wit bepoederd
Keel: Goed uitgesneden
Hals: Vrij lang en licht achterwaarts gebogen
Lichaam: Kort en breed, maar smal van achteren
Borst: Breed en bol
Rug: Breed en afhellend
Vleugels: Kort, breed en krachtig, met brede slagpennen; los tegen het lichaam gedragen; op de staart rustend tot ca. vingerbreed vanaf het staarteinde; rug goed afgedekt
Staart: Breed met krachtige pennen; de staart hoort hol gedragen te worden tijdens het vliegen.
Benen: Middellang en niet te wijd uit elkaar geplaatst
Bevedering: Glad en strak
Kleurslagen: Wit, rood, geel, roodspar, geelspar, roodbleek (ook wel roodzilver
genoemd) en geelbleek
Kleur en tekening:
Alle kleurslagen hebben witte tot licht gekleurde slagpennen en staartpennen. Een witte bef(slap) is toegestaan bij alle kleurslagen
Wit: eenkleurig wit
Rood: kop, hals en schouders dieprood (bordeauxrood), met een aflopende kleur richting borst en vleugels
Roodbleek: kop, hals en schouders dieprood; vleugelschilden licht bleekrood met enige nuancering en twee smalle, lange dieprode vleugelbanden
Roodspar: overwegend wit met rode veertjes op de borst, hier en daar rode veertjes op hals, nek en vleugelschilden en twee roodgekleurde vleugelbanden
Geel: vooral kop, hals, en schouders donker oranjegeel met een licht aflopende kleur richting borst
Geelbleek: kop, hals en schouders donker oranjegeel; vleugelschilden licht cremekleurig met enige nuancering en twee smalle, lange donker gele banden
Geelspar: Overwegend wit met gele veertjes op de borst, hals, nek en vleugelschilden en twee geelgekleurde vleugelbanden.

Fouten:
Gebroken ogen - slechte vliegeigenschappen - bolle staart i.p.v. holle staart bij het vliegen - steunen op de staart ? staartdracht niet horizontaal - de kop mag niet op de rug gedragen worden - te veel krop of ballonvorming - witte veren op vleugelschild(vleugelrozet!)bij rood en geel en rood en geel bleek.
Beoordeling:
Na het algemene voorkomen en de vliegeigenschappen zijn de volgende raskenmerken in onderstaande volgorde van betekenis.
Type en stand;
Halsdracht;
Kleur en tekening.
Ringmaat: 8 mm
Opgesteld op Kasteel Doorwerth op maandag 9 oktober 2006 door een bijeengeroepen vergadering van 7 insiders en betrokkenen, te weten: Hans de Geus, Dick Hamer, Jacques Engelen, Ren?runs, Johan Ruys, Jolanda Roelfzema en Rob Sekhuis.
*Deze rasbeschrijving is eerder een leidraad of richtlijn voor de fokkers van Gelderse Slenken, dan een standaard zoals die gehanteerd wordt bij duivententoonstellingen. Het gaat er om dat er een soort unanimiteit tot stand komt en de fokkers hebben met dit document in de hand een idee van wat wel of niet gewenst is.
Kasteel Doorwerth
maandag 9 oktober 2006
^ naar
Boven ^