Behoud en herstel populatie Gelderse Slenk




Inleiding 
Sedert enkele jaren bezit de Stichting Het Geldersch Landschap diverse zeldzame Gelderse huisdierrassen. Inmiddels worden er naast de beroemde Witte pauwen op het Landgoed Staverden Brandrode runderen, Veluwse heideschapen, Kwakertjes, Kooikershondjes ? Gelderse slenken gehouden. 
Concrete plannen zijn er voor het terugfokken van de Veluwse heidekoe uit Deense rassen en rasloze kleine Nederlandse koetjes en mogelijk Engelse en Franse runderrassen. Voorts liggen er nog doelstellingen voor onder andere het Gelders paard, de Veluwse landgeit, de Hollandse herdershond, de Schapendoes, de Twentse landgans en enkele Gelderse hoenderrassen. 
De doelstelling van het Landschap behoud van cultuurhistorisch erfgoed wordt hiermee ook vertaald naar de levende have. 

 

Nederland kent een aantal specifieke huisdierrassen met een voormalig zwaartepunt in het Gelderse. Door Het Geldersch Landschap zullen deze zeldzame huisdierrassen worden gehouden of ondersteund met als doel het behoud van het ras, inzet in cultuurhistorische context en waar mogelijk met een historische functionaliteit, inzet als gebruiksdier voor begrazing, als lastdier, of ten behoeve van het hoeden van een kudde schapen. Nederland kende twaalf oorspronkelijke, authentieke duivenrassen, waarvan de Gelderse of Arnhemse Slenk, ook wel Trek- en drijfduif genoemd, nog in 1980 en 1995 als enige als uitgestorven werd beschouwd. Recentelijk bleek echter dat er toch nog enkele fokkers in en rond Arnhem met de Gelderse Slenk fokten. Van de overige elf duivenrassen zijn er twee als zeldzaam te beschouwen. Dit zijn de Groninger Slenk en de Hyacinthduif. In 2001 werd de Gelderse Slenk door Ren?anderink in het kader van het FAO-onderzoek naar biodiversiteit voor bedreigde rassen aangemeld als ras, in weerwil van het feit dat er geen fokvereniging of standaardbeschrijving voor bestaat. 

De Gelderse Slenk is het enige bekende Gelderse duivenras. Rond Arnhem (vooral in de wijk Klarendal) en ook Nijmegen werd dit ras in het verleden relatief veel gehouden in zeven kleurslagen. In 2002, 2003 en 2006 kon een aantal koppels door Het Geldersch Landschap worden aangeschaft. In totaal waren er voorjaar 2006 25 koppels in beheer bij Het Geldersch Landschap op een tweetal lokaties. Tot begin 2006 zijn 20 koppels uitgegeven aan geiteresseerde duivenmelkers Naar schatting komen er wereldwijd naar schatting nog slechts circa ongeveer 100 koppels voor. Dit betekent dat Het Geldersch Landschap een groot deel van de wereldpopulatie in beheer heeft en daarmee een grote verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van het behoud van dit ras. In dit stuk worden alle bekende en relevante aspecten voor het behoud van dit ras gebundeld. 

Raskenmerken/Rasbeschrijving 
Van Gink (1924) schrijft: ,,Slechts eenmaal kwam ons een paar dezer duiven onder oogen. Ze hadden een min of meer hartvormige vlek aan de voorzijde van de hals; hierdoor herinneren zij sterk aan de Belgische ringslagers. De Gelderse Slenken vormen als het ware de schakel tussen de (Groninger) Slenken en Ringslagers.? De naam Trek- en drijfduif slaat op het overdreven en imponerende balts- en paargedrag tussen doffer en duivin, waarbij de doffer luid met de vleugels kleppert (het zogenoemde trekken) om aansluitend te zeilen (het drijven). Bij het trekken worden de vleugels boven de rug, dus min of meer loodrecht tegen elkaar geslagen, hetgeen een klepperend geluid maakt. De buitenste slagpennen vertonen daarom na enige tijd duidelijk slijtage. Een ander kenmerk is het tijdens de vlucht holtrekken (zijkanten naar boven) van de gespreide staart. Momenten van zeilen en drijven kunnen elkaar enkele malen achter elkaar opvolgen. Deze afwisseling tussen klepperen en zeilen wordt ook wel springen genoemd. Dit baltsgedrag was en is gelukkig nog steeds het belangrijkste criterium voor de huidige fokkerij. 


Het overdreven baltsgedrag van de Gelderse Slenk werd door de duivenmelkers benut om vreemde duiven naar hun til te lokken voor de kookpot of om de desbetreffende duiven aan de oorspronkelijke eigenaar terug te verkopen. De Gelderse Slenken vallen daarom in de categorie van speel-vliegduiven of speel-vliegkroppers. Gelderse Slenken behoren tot de kroppers van een gematigd type. Dit is vermoedelijk te wijten aan het inkruisen van de Norwich-kropper in het verre verleden. De Gelderse Slenk is duidelijk groter en sterker dan de Groninger Slenk. Ook is het ras in vergelijking met de Groningse duif wat stijver en minder elegant. Daarentegen werd dit ras in het boek van Spruyt in 1935 een betere en meer geoefende vlieger genoemd, die robuuster is met meer uithoudingsvermogen. Dat het sterke dieren zijn, blijkt uit het feit dat ze tot op hoge leeftijd vruchtbaar blijven. Doffers van twintig jaar en ouder zijn nog steeds in staat voor nakomelingen te zorgen. Er zijn drie typen afmetingen bekend en deze worden tot vandaag nog gehandhaafd: klein, middel en groot. De stand van het lichaam is bij alledrie de typen vlak; dit in tegenstelling tot de Groninger Slenk, die sterk afhellend staat. Het kleine type lijkt nog het meest op de Groninger Slenk maar hangt duidelijk minder achterover; ze ogen levendiger in de vlucht en zijn vitaler in het krijgen van nakomelingen. Het middelste type staat meer gericht of rechtop en lijkt daarom meer op een Oploper. Dit type heeft ook meer krop in vergelijking met het kleine type. Bij het grootste type heeft de doffer een naar verhouding grote krop met een langere rug. 

De Geldersche slenk komt in zeven kleurslagen (wit, geel, eenkleurig rood, rood spar, geel spar, rood bleek, geel bleek) voor. Sommige dieren hebben een witte bef. Deze is zeer waarschijnlijk afkomstig uit de inbreng van de Norwich kropper in de voorgeschiedenis. 
Ze kunnen in principe tot buiten het gezichtsveld en verder van de kooi of til vliegen. 
Het ori?tatievermogen van deze duiven is dus nog goed; dit in tegenstelling tot de Groninger slenk. 

Historie en gebruik 
Er heeft ooit een fokvereniging voor deze duif bestaan, maar ze zijn voor zover bekend nooit op tentoonstellingen te zien geweest. Na de samenvoeging van de verenigingen van Groninger en Gelderse Slenk en de oorlogsperikelen (waarbij het houden van duiven verboden was en alle duiven in beslag werden genomen wegens voedselschaarste en uit angst voor spionageactiviteiten) werd de Groninger Slenk van vliegduif omgeturnd tot een showduif, die al zijn vliegkunsten verloor omdat deze kostbare duif niet meer buiten mocht vliegen. Dit is gelukkig (nog) niet gebeurd met de Gelderse Slenk. 

Huidige situatie 
Er zijn momenteel naar schatting nog een kleine tiental Nederlandse fokkers, van wie bekend is dat ze een of meerdere koppels bezitten. De Stichting Het Geldersch Landschap heeft het grootste aantal en bezit twee fokgroepen met in totaal 25 koppels (stand maart 2006). In totaal zijn er in Nederland een kleine vijftig koppels bekend. Voor de Tweede Wereldoorlog waren de Gelderse Slenken in het Duits-Nederlandse grensgebied (onder meer in het graafschap Bentheim) zeer bekend. Waarschijnlijk is er nog een onbekend aantal in Duitsland aanwezig. 

Doelstelling 
De doelstellingen van het project luiden als volgt: 

- Oprichting fokvereniging of aansluiting zoeken bij een bestaande fokvereniging, 
- Primair behoud/herstel vliegeigenschappen, 
- Secundair behoud van alle kleurslagen, 
- Propageren fok bij derden (uitzetten fokkoppels) om risico?s zo veel mogelijk te spreiden, 
- Adoptie duiventillen van de Stichting Het Geldersch Landschap met Gelderse slenken door derden, 
- Vermeerdering aantal tot minimaal ca. 400 koppels. 

Het opzetten van een fokprogramma verloopt tot op heden nog vrij stroef. Het behoud van de huidige genetische diversiteit staat momenteel voorop. Het vaststellen van het DNA-profiel van de aanwezige koppels behoort tot de grootste wens. Hiertoe zijn inmiddels contacten gelegd met de Animal Breeding and Genetics Group van de Universiteit van Wageningen.

Huisvesting en risicospreiding 
Op Doorwerth en bij Culemborg zijn inmiddels een tweetal duiventillen nieuw gebouwd of ingericht voor de Gelderse slenk. Verder zijn er plannen om op de Heerlijkheid Beek, Schaffelaar, Ehze/Velde en op Staverden nieuwe duiventillen te maken of te herstellen ten behoeve van dit uiterst zeldzame ras.. Extra voorzieningen zijn waarschijnlijk nodig vanwege de hoge predatiedruk door de havik. 

 

Wim Geraerdts en Johan Ruys, de 2 mannen die het Gelderse Slenkenproject uitvoeren bij het Geldersch Landschap, bij de volière van het Slenkenhok in de moestuin bij Kasteel Doorwerth.


Literatuur 

Clason, A., 1980. Zeldzame Huisdierrassen. Pag 188. 
Fokkinga, A., 1995. Een land vol vee. Pag. 156. 
van Gink CST. 1926. De duivenrassen 
Hans L, Ringnalda H, Zanderink R. 2003. Nederlands kleinvee: in hun voortbestaan bedreigde rassen. 
Hiemstra SJ. (red.). 2002. Landenrapport Nederland over dierlijke Genetische Bronnen. 
Rapport Ministerie LNV. 1-80. 
Spruyt C.A.M. 1935. De tuimelaarrassen. 
Zanderink R. 2001. Van stal gehaald. 1-192. 

Bron:  Copyright 

Dit artikel is eigendom van Geldersch Landschap en wordt met hun toestemming geplaatst 
op www.zeldzame-kropperrassen.nl 
Auteur: Ir. W. Geraerdts, projectleider van het Gelderse Slenken-project bij het Geldersch Landschap 
w.geraedts@mooigelderland.nl 
026 3552572 en 06 53 816943 




                                               ^  naar Boven  ^